Social Return in de aanbesteding:

"waar je het positioneert bepaalt of het werkt"

< Terug naar blogs

4 minuten leestijd

Social Return is inmiddels een vertrouwd instrument binnen aanbestedingen. Wat mij in de praktijk vooral opvalt, is niet zozeer dát het wordt toegepast, maar hoe bewust opdrachtgevers (en steeds vaker ook opdrachtnemers) omgaan met de inrichting ervan. Social Return blijft minder vaak hangen in een losse alinea; vaker wordt het uitgewerkt in een set heldere afspraken die tijdens de looptijd van het contract terugkomen in de uitvoering en de voortgangsgesprekken.

Dat is een positieve ontwikkeling, maar het betekent ook dat de ontwerpkeuzes aan de voorkant zwaarder gaan wegen. Want precies daar ontstaat vaak het verschil tussen een werkbare afspraak en een dossier dat na gunning leidt tot discussie, vertraging en frustratie.

In deze blog neem ik je mee in de belangrijkste vraag: waar plaats je Social Return in je aanbesteding en wat zijn de gevolgen van die keuze?

Wat bedoelen we met Social Return?

Social Return gaat over het maken van concrete afspraken met opdrachtnemers om maatschappelijke waarde te realiseren via publieke opdrachten. In veel gevallen draait dat om arbeidsparticipatie van mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt, maar het kan ook gaan om opleiding, begeleiding, werkervaring en – afhankelijk van lokaal beleid – sociaal inkopen of andere vormen van maatschappelijke inzet.

Belangrijk is vooral dit: Social Return is geen los beleidsstuk dat je “erbij” zet. Het is een instrument dat je juridisch en praktisch moet inbedden in je aanbestedingsontwerp. De effectiviteit hangt dus niet alleen af van ambitie, maar juist van heldere keuzes, duidelijke verwachtingen en toetsbare afspraken.

Drie manieren om Social Return te positioneren

In de praktijk kom je Social Return grofweg op drie manieren tegen:

De term ‘eis’ wordt in de praktijk vaak gebruikt voor Social Return, maar juridisch gezien gaat het meestal om een minimumeis die is vormgegeven als bijzondere uitvoeringsvoorwaarde. Dat onderscheid is relevant, omdat het bepaalt wanneer en hoe de verplichting werkt.

1) Social Return als minimumeis (bijzondere uitvoeringsvoorwaarde / contracteis)

Wanneer Social Return wordt opgenomen als minimumeis (meestal als bijzondere uitvoeringsvoorwaarde), geldt: iedere inschrijver moet minimaal aan dezelfde ondergrens voldoen. Vaak is dat een percentage van de opdrachtsom of – in sommige gevallen – de loonsom, of een concreet aantal uren/plekken.

Wat dit oplevert

Waar het mis kan gaan

Wat je vooraf goed moet regelen

Ruimte voor maatwerk, zodat de verplichting kan meebewegen met de uitvoeringspraktijk.

2) Social Return als (sub)gunningscriterium

Wanneer Social Return wordt gebruikt als (sub)gunningscriterium, maakt het onderdeel uit van de kwaliteitsbeoordeling. Inschrijvers kunnen zich onderscheiden met een betere aanpak, een realistische invulling of een hogere ambitie.

Wat dit oplevert

De randvoorwaarde die vaak wordt onderschat

Als je Social Return als gunningscriterium inzet, moet je zorgen voor:

Dat betekent in de praktijk: niet alleen mooie plannen belonen, maar plannen die je straks ook kunt toetsen, volgen en afrekenen op realisatie.

Waar het mis kan gaan

Wat helpt

3) Social Return als contractuele afspraak: borging, monitoring en handhaving

Of Social Return nu als minimumeis of als gunningscriterium is toegepast: uiteindelijk komt het aan op de uitvoeringsfase. Het verschil zit in hoe expliciet je dit contractueel borgt en hoe je het organiseert in contractmanagement.

Wat dit oplevert

Belangrijke nuance “Contractvoorwaarde” klinkt alsof afdwingbaarheid automatisch geregeld is. In werkelijkheid werkt het pas goed als:

Monitoring: niet één standaard

Steeds meer organisaties gebruiken een tool of platform om voortgang vast te leggen (zoals WIZZR), maar het is niet overal “de” standaard. Ook binnen grotere organisaties kan het per contract/afnemer verschillen welk systeem wordt gebruikt en of contractmanagement centraal is ingericht.

Praktisch voorbeeld van een werkbare route

Soms wordt het plan van aanpak niet in de aanbestedingsfase volledig uitgevraagd, maar volgt het kort na gunning. Dan is het logisch om een vaste route af te spreken: startgesprek → plan van aanpak binnen een afgesproken termijn → beoordeling → vaste voortgangsmomenten → bijsturen waar nodig.

Waarom de keuze voor de “plek” zoveel uitmaakt

De positionering bepaalt wat je mag verwachten, hoe je toetst en wat je later kunt afdwingen. In de praktijk zie je vaak deze patronen:

Met andere woorden: de inrichting aan de voorkant bepaalt in hoge mate de uitvoerbaarheid aan de achterkant.

Bewust kiezen voorkomt problemen (en bespaart tijd na gunning)

Veel discussies over Social Return ontstaan niet “in de uitvoering”, maar omdat het ontwerp vooraf net niet klopt: onduidelijke verwachtingen, onvoldoende relatie met de opdracht, te weinig toetsbaarheid, of een mismatch tussen ambitie en marktpraktijk.

Bewust kiezen betekent daarom:

Dat voorkomt dat Social Return een bijlage wordt, in plaats van een professioneel ingericht onderdeel van opdrachtgeverschap.

U kunt ons ook bellen op 06-19526286