Wat zijn de kosten van SROI?

FAQ Wouter van Eijk 28 juni 2026 4 min lezen

Social Return kost in principe geen geld dat je een-op-een afdraagt, maar inspanning die je moet aantonen. De hoogte hangt af van hoe de opdrachtgever de verplichting uitvraagt: als percentage van de opdrachtwaarde (meestal 2 tot 5 procent, soms hoger), als percentage van de loonsom, of als vastgesteld aantal uren. Je mag deze inspanning niet doorberekenen in je inschrijfprijs. De werkelijke kosten zitten in de tijd, begeleiding en organisatie die nodig zijn om kandidaten uit de doelgroep in te zetten.

Belangrijkste punten
  • Social Return is een inspanningsverplichting, geen financiële afdracht: je toont inzet aan, je betaalt in de basis niet een-op-een een bedrag.
  • Opdrachtgevers hanteren drie hoofdvarianten: percentage van de opdrachtsom, percentage van de loonsom, of een vast aantal uren.
  • Een percentage van 2 tot 5 procent van de opdrachtwaarde komt het meest voor, maar sommige gemeenten en regio's hanteren hogere percentages.
  • Je mag de kosten van Social Return niet verdisconteren in je inschrijfprijs.
  • De verplichting wordt berekend over de daadwerkelijk gerealiseerde omzet, niet over de geraamde opdrachtwaarde.
  • Slimme invulling, zoals productieve inzet of sociaal inkopen, kan de nettokosten flink verlagen.

Wat betekent ‘kosten van Social Return’?

Social Return is de afspraak dat een opdrachtnemer bij een aanbesteding een deel van de opdracht inzet voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. Denk aan mensen met een uitkering, een arbeidsbeperking of onvoldoende werkervaring om zelfstandig een baan te vinden.

De term “kosten” is hier deels misleidend. Social Return is geen belasting of heffing die je overmaakt aan de opdrachtgever. Het is een verplichting om een bepaalde inspanningswaarde te realiseren, meestal uitgedrukt in een percentage of een aantal uren.

De werkelijke kosten ontstaan in de uitvoering: tijd voor werving en selectie, begeleiding op de werkvloer, extra coördinatie en soms een lagere productiviteit in de eerste periode. Daar staat tegenover dat een kandidaat na verloop van tijd volwaardig kan meedraaien en dus ook waarde toevoegt aan de opdracht.

Waarom is dit belangrijk?

Wie de kosten van Social Return verkeerd inschat, loopt tegen twee risico’s aan. Te laag inschatten leidt tot een tekort aan capaciteit tijdens de uitvoering en mogelijk een boete wegens het niet behalen van de verplichting. Te hoog inschatten leidt tot een minder scherpe inschrijving, terwijl de kosten helemaal niet in de prijs mogen worden verwerkt.

Een goed begrip van de berekeningsmethode voorkomt discussie met de opdrachtgever achteraf. Contractmanagers en inkopers die de grondslag en de rekenmethode kennen, kunnen bovendien beter beoordelen of een inschrijving realistisch is en of de verplichting proportioneel is voor de aard van de opdracht.

Voor opdrachtnemers geldt: hoe beter de verplichting vooraf in kaart is gebracht, hoe kleiner de kans op een mismatch tussen wat is aangeboden en wat operationeel haalbaar is.

Hoe werkt dit in de praktijk?

Opdrachtgevers drukken de Social Return verplichting op drie manieren uit.

1
Percentage van de opdrachtwaarde of aanneemsom
De meest gebruikte variant. De verplichting wordt berekend over de totale gefactureerde opdrachtsom. In de praktijk hanteren de meeste opdrachtgevers een percentage tussen de 2 en 5 procent, al komen bij sommige werkpakketten hogere percentages voor, bijvoorbeeld bij schoonmaak en catering. Deze methode is eenvoudig te berekenen en past goed bij opdrachten met een hoge arbeidscomponent. Bij kapitaalintensieve opdrachten met een lage loonsom kan een percentage van de opdrachtwaarde disproportioneel uitpakken, omdat de verplichting dan niet in verhouding staat tot de personeelsinzet die de opdracht vraagt.
2
Percentage van de loonsom
Hierbij wordt alleen het arbeidsgerelateerde deel van de opdracht als grondslag gebruikt. De Rijksoverheid hanteert deze methode van oudsher bij opdrachten met een loonsom boven de 250.000 euro. Deze grondslag sluit nauw aan bij de arbeidscomponent, maar leidt in de praktijk vaker tot discussie over de hoogte van de loonsom zelf. Mede daarom stappen steeds meer opdrachtgevers over naar een percentage van de opdrachtsom.
3
Vast aantal in te zetten uren
Bij deze variant legt de opdrachtgever een concreet aantal uren vast dat moet worden ingevuld met kandidaten uit de doelgroep. Dit is meetbaar en concreet, maar minder flexibel dan een percentage. De uurwaarde die wordt gehanteerd, verschilt per opdrachtgever en is bij een aantal organisaties gekoppeld aan een bouwblokkenmodel, waarin verschillende vormen van inzet (directe plaatsing, leerwerktrajecten, sociaal inkopen) worden omgerekend naar een gezamenlijke waarde.

Sommige opdrachtgevers combineren varianten: een minimumeis als knock-outcriterium, aangevuld met een gunningscriterium waarop inschrijvers extra punten kunnen scoren met een hogere Social Return inspanning.

De verplichting mag nooit worden doorberekend in de inschrijfprijs. Het gaat om inzet en inspanning, niet om een kostenpost die de opdrachtsom mag verhogen. Wel is het verstandig om de verplichting altijd mee te nemen in de interne begroting, niet als doorberekende post, maar als bewuste inschatting van de capaciteit en organisatie die nodig is om de verplichting waar te maken.

De grondslag voor de berekening is bovendien de daadwerkelijk gerealiseerde omzet, niet de geraamde opdrachtwaarde. Valt een opdracht kleiner uit dan verwacht, dan past de verplichting zich in beginsel evenredig aan, mits dit vooraf goed is vastgelegd met de opdrachtgever.

Praktijkvoorbeeld

Een aannemer wint een aanbesteding met een geraamde opdrachtwaarde van 200.000 euro. De opdrachtgever hanteert een Social Return verplichting van 5 procent over de opdrachtsom. Dat betekent een te realiseren inspanningswaarde van 10.000 euro.

Dit bedrag is geen factuur die de aannemer betaalt. Het is de waarde die hij moet aantonen door bijvoorbeeld één kandidaat uit de doelgroep een aantal maanden in te zetten op het project, gecombineerd met een leerwerkplek bij een onderaannemer. Aan het einde van het project rekent hij de gerealiseerde inzet af tegen de afgesproken uurwaarde, en rapporteert dit aan de opdrachtgever.

Loopt de opdracht uit tot een gefactureerde omzet van 180.000 euro, dan daalt de verplichting mee naar 9.000 euro, mits dit zo is afgesproken in het contract.

Veelgemaakte fouten

1
De kosten toch verwerken in de inschrijfprijs
Dit is niet toegestaan en kan bij ontdekking leiden tot uitsluiting of een geschil met de opdrachtgever. Social Return is en blijft een inspanningsverplichting.
2
De verplichting niet vertalen naar concrete capaciteit vóór inschrijving
Organisaties rekenen zich vaak pas na gunning door hoeveel uren, begeleiding en coördinatie de verplichting werkelijk vraagt. Dat leidt tot een mismatch tussen de aangeboden inzet en wat operationeel haalbaar is.
3
De verkeerde grondslag aanhouden
Sommige opdrachtnemers rekenen over de geraamde waarde in plaats van de gerealiseerde omzet, of verwarren een percentage van de opdrachtsom met een percentage van de loonsom. Dat leidt tot een verkeerde inschatting van de verplichting en soms tot een tekort aan het einde van het project.
4
Onvoldoende vastleggen en administreren
Zonder goede registratie van ingezette kandidaten en uren is de verplichting achteraf lastig aan te tonen, wat het risico op een boete vergroot.
5
Social Return alleen als kostenpost zien
Wie de inzet zo organiseert dat een kandidaat daadwerkelijk bijdraagt aan de opdracht, verdient een deel van de inspanning terug. Wie dat niet doet, mist die kans.

Meer over correct vastleggen en rapporteren lees je in het artikel over Social Return verantwoording.

Wanneer is dit relevant?

Deze kennis is relevant op het moment dat een aanbesteding een Social Return verplichting bevat, dus al tijdens de voorbereiding van een inschrijving. Ook bij de opstelling van een offerte of begroting is het belangrijk om de gekozen berekeningsmethode te kennen, zodat de verplichting meteen goed wordt verwerkt in het prijzenblad of de personeelsplanning.

Contractmanagers en inkopers hebben deze kennis nodig bij het opstellen van aanbestedingsdocumenten, om te bepalen welke grondslag proportioneel is voor het type opdracht. Ook tijdens de looptijd van een contract is dit relevant, bijvoorbeeld wanneer de opdrachtwaarde afwijkt van de raming en de verplichting opnieuw moet worden berekend.

Wat betekent dit voor opdrachtgevers?

Een opdrachtgever bepaalt de grondslag en het percentage van de Social Return verplichting, en die keuze heeft directe gevolgen voor de uitvoerbaarheid van de opdracht. Een percentage van de opdrachtsom werkt goed bij arbeidsintensieve opdrachten, maar kan disproportioneel uitpakken bij kapitaalintensieve opdrachten met een lage loonsom.

Het is aan de opdrachtgever om vooraf te toetsen of de gekozen methode past bij de aard van de opdracht en de omvang van de markt die kan inschrijven. Een te hoog percentage of een te strikte urenverplichting kan potentiële inschrijvers afschrikken of leiden tot schijnconstructies om aan de letter van de eis te voldoen zonder de geest ervan waar te maken.

Daarnaast is het belangrijk om in de aanbestedingsdocumenten helder vast te leggen op welke grondslag de verplichting wordt berekend (geraamde of gerealiseerde waarde), welke kosten wel en niet meetellen als invulling, en hoe wordt omgegaan met een neerwaartse bijstelling van de opdrachtwaarde.

Wat betekent dit voor opdrachtnemers?

Voor opdrachtnemers is het belangrijk om de gekozen berekeningsmethode direct te vertalen naar de eigen bedrijfsvoering. Is de verplichting uitgedrukt in uren, dan horen die uren terug te komen in het prijzenblad en de personeelsplanning. Is de verplichting een percentage van de opdrachtsom, dan is het verstandig om vooraf te berekenen wat dit concreet betekent in fte’s of maanden inzet.

Omdat de kosten niet mogen worden doorberekend in de inschrijfprijs, ligt de winst vooral in een slimme invulling: kandidaten productief inzetten op het project zelf, samenwerken met sociale ondernemingen, of leerwerktrajecten combineren met begeleiding die deels al binnen de bedrijfsvoering wordt georganiseerd.

Wat wel en niet mag worden opgevoerd als invulling, zoals begeleidingskosten of administratieve inzet, verschilt per aanbesteding en per opdrachtgever. Dit staat meestal beschreven in het Social Return beleid of de uitvoeringsvoorwaarden die bij de aanbesteding horen, en is soms al verdisconteerd in een bouwblokkenmodel. Het is daarom altijd verstandig om deze stukken zorgvuldig te lezen en bij twijfel navraag te doen bij de opdrachtgever.

De training Social Return behandelt alle berekeningsmethodes met rekenvoorbeelden en praktijkcases, wat voor opdrachtnemers die vaker inschrijven op aanbestedingen met Social Return een goede voorbereiding is.

Veelgestelde vragen

Wat kost Social Return gemiddeld per aanbesteding? +

Er is geen vast bedrag, omdat Social Return geen financiële afdracht is maar een inspanningsverplichting. Bij een percentage van 2 tot 5 procent over de opdrachtwaarde gaat het om een te realiseren inspanningswaarde, geen factuur. Bij een opdracht van 200.000 euro en een verplichting van 5 procent is dat bijvoorbeeld 10.000 euro aan inzet, te realiseren via kandidaten uit de doelgroep of andere toegestane invullingen. De daadwerkelijke bedrijfskosten zitten in tijd, begeleiding en organisatie.

Mag ik Social Return kosten doorberekenen in mijn inschrijfprijs? +

Nee. Social Return is een inspanningsverplichting aan de zijde van de opdrachtnemer en mag niet prijsverhogend zijn. De kosten van begeleiding, werving en coördinatie mag je dus niet verdisconteren in de inschrijfprijs. Wel is het verstandig om deze inzet mee te nemen in de interne bedrijfsvoering en capaciteitsplanning, zodat de verplichting haalbaar blijft zonder de prijs te beïnvloeden.

Wat is het verschil tussen een percentage van de opdrachtsom en een percentage van de loonsom? +

Een percentage van de opdrachtsom wordt berekend over de totale gefactureerde omzet van de opdracht. Een percentage van de loonsom wordt alleen berekend over het arbeidsgerelateerde deel van de kosten. De loonsom-methode sluit nauwer aan bij de arbeidscomponent, maar leidt vaker tot discussie over de hoogte van die loonsom. Daarom kiezen steeds meer opdrachtgevers voor een percentage van de opdrachtsom, ook al kan dat bij kapitaalintensieve opdrachten disproportioneel uitpakken.

Hoeveel procent Social Return wordt meestal gevraagd? +

In de meeste aanbestedingen ligt het percentage tussen de 2 en 5 procent van de opdrachtwaarde of loonsom. Sommige gemeenten en arbeidsmarktregio’s hanteren hogere percentages, afhankelijk van lokaal beleid en de aard van de opdracht. Het percentage kan ook verschillen tussen sectoren: bij arbeidsintensieve dienstverlening ligt het vaak hoger dan bij kapitaalintensieve bouw- of infraprojecten. Controleer altijd het specifieke beleid van de opdrachtgever, want landelijke uniformiteit ontbreekt.

Wat gebeurt er als ik de Social Return verplichting niet haal? +

De gevolgen staan meestal beschreven in de contractvoorwaarden of het Social Return beleid van de opdrachtgever. Vaak is een boetebeding opgenomen dat in werking treedt als de verplichting aan het einde van de contractperiode niet is gerealiseerd. Sommige opdrachtgevers bieden de mogelijkheid om een tekort in een volgende periode in te halen, of om het verschil te vergoeden via een resultaatsverplichting. Neem bij een dreigend tekort tijdig contact op met de opdrachtgever om afspraken te maken.

Telt sociaal inkopen mee als invulling van Social Return? +

In veel gevallen wel. Sociaal inkopen betekent dat je producten of diensten afneemt bij een sociale onderneming die bijdraagt aan het eindproduct of de dienst voor de opdrachtgever. Of dit meetelt, en voor welk deel, hangt af van het specifieke Social Return beleid van de opdrachtgever. Sommige opdrachtgevers rekenen sociaal inkopen volledig mee, andere hanteren een maximum percentage van de totale verplichting. Controleer dit altijd in de aanbestedingsdocumenten.

Wordt Social Return berekend over de geraamde of de gerealiseerde omzet? +

In principe over de daadwerkelijk gerealiseerde, gefactureerde omzet, niet over de vooraf geraamde opdrachtwaarde. Valt een opdracht kleiner uit dan verwacht, dan past de verplichting zich in beginsel evenredig aan. Zorg dat deze afspraak bij inschrijving helder is vastgelegd, zodat er bij afwijkingen geen discussie ontstaat over de hoogte van de uiteindelijke verplichting.

Wat is het bouwblokkenmodel en hoe beïnvloedt dit de kosten? +

Het bouwblokkenmodel is een systematiek waarmee verschillende vormen van Social Return inzet, zoals directe plaatsing, een leerwerktraject, stage of sociaal inkopen, worden omgerekend naar een vergelijkbare waarde in uren of euro’s. Opdrachtgevers die met een bouwblokkenmodel werken, geven per bouwblok aan welke waarde een bepaalde vorm van inzet vertegenwoordigt. Dit maakt het voor opdrachtnemers makkelijker om verschillende invullingen te combineren en te vergelijken welke invulling het meest doelmatig is voor de eigen organisatie.

Is de PSO-ladder hetzelfde als Social Return? +

Nee. De Prestatieladder Socialer Ondernemen (PSO) is een certificeringsinstrument waarmee organisaties hun mate van sociaal ondernemerschap kunnen laten meten en aantonen. Social Return is een contractuele verplichting binnen een specifieke aanbesteding. Sommige opdrachtgevers accepteren een PSO-trede als (gedeeltelijk) bewijs van structureel sociaal ondernemerschap, wat de administratieve last bij de invulling van Social Return kan verlagen, maar de instrumenten zijn niet inwisselbaar. Controleer per opdrachtgever of en hoe een PSO-certificering meetelt.

Samenvatting

Samenvatting

De kosten van Social Return zijn geen financiële afdracht, maar een inspanningsverplichting die opdrachtnemers moeten aantonen. Opdrachtgevers berekenen de verplichting op drie manieren: als percentage van de opdrachtsom (meestal 2 tot 5 procent), als percentage van de loonsom, of als vast aantal uren, soms binnen een bouwblokkenmodel. De grondslag is de gerealiseerde omzet, niet de geraamde waarde.

 

Doorberekenen in de inschrijfprijs mag niet. De werkelijke kosten zitten in tijd, begeleiding en organisatie, en die kosten zijn deels terug te verdienen door kandidaten productief in te zetten of door sociaal in te kopen. Veelgemaakte fouten zijn het toch verwerken van kosten in de prijs, de verkeerde grondslag aanhouden, en onvoldoende vastleggen van de gerealiseerde inzet.

 

Voor opdrachtgevers is het belangrijk om een proportionele methode te kiezen die past bij de aard van de opdracht. Voor opdrachtnemers is het belangrijk om de verplichting vroeg te vertalen naar concrete capaciteit, zodat de aangeboden inzet en de operationele uitvoering op elkaar aansluiten.

WE
Wouter van Eijk
Directeur SROI Specialist BV · PSO-adviseur · Bidmanager
Wouter adviseert opdrachtgevers en opdrachtnemers over de praktische toepassing van Social Return binnen aanbestedingen, contractmanagement en maatschappelijke impact.
Deel dit artikel
LinkedIn
Vragen over dit onderwerp binnen uw eigen situatie?
Wij analyseren contractvoorwaarden en uitvoeringsdocumenten en adviseren over de meest gunstige invulling.