Social Return berekenen
Social Return berekenen bestaat eigenlijk uit twee losse vragen die vaak door elkaar worden gehaald: hoeveel Social Return moet ik realiseren (de verplichting), en hoeveel waarde mag ik opvoeren voor wat ik al gedaan heb (de invulling). Beide berekeningen staan beschreven in de aanbestedingsstukken, het bestek of de contractvoorwaarden van de opdrachtgever: er bestaat geen landelijke, uniforme rekenmethode. Wie de twee vragen scheidt en per stap de juiste bron raadpleegt, voorkomt de meeste rekenfouten.
Verplichting en invulling: twee verschillende berekeningen
De Social Return-verplichting is het bedrag, percentage of aantal uren dat de opdrachtgever van je vraagt. De invulling is wat je vervolgens daadwerkelijk realiseert, en de waarde daarvan moet je apart vaststellen. Een verplichting van € 25.000 betekent dus niet automatisch dat je activiteiten ook € 25.000 waard zijn: die waarde wordt los berekend, met eigen regels.
Dit onderscheid is de kern van dit artikel. Hieronder komen beide berekeningen apart aan bod.
Hoe wordt de verplichting berekend?
In de praktijk kom je drie grondslagen tegen, soms in combinatie:
Verreweg de meeste aanbestedingen die ik zie, gebruiken de bouwblokkenmethode om de waarde van personele invulling te bepalen. Wil je precies weten hoe de bouwblokkenmethode intern is opgebouwd, tot op het niveau van losse bouwstenen? → Wat is de bouwblokkenmethode?
Bij opdrachten met veel externe inhuur ontstaat regelmatig discussie over de grondslag: als een zzp-tarief grotendeels bestaat uit doorbetaling aan een externe professional, is het de vraag of de volledige opdrachtwaarde representatief is voor de economische ruimte waaruit Social Return gerealiseerd kan worden. Dit proportionaliteitsvraagstuk is een geschikt onderwerp voor de Nota van Inlichtingen: vraag expliciet hoe de opdrachtgever de opdrachtwaarde definieert en of externe inhuur meetelt.
Hoe wordt de waarde van je invulling berekend?
Zodra de verplichting vaststaat, is de volgende vraag hoeveel waarde je gerealiseerde activiteiten vertegenwoordigen. Ook hier is de opdrachtgever leidend, maar een aantal invullingsvormen komt telkens terug:
Blijft je berekende invulwaarde achter bij de verplichting? Bekijk welke invulvormen je nog kunt inzetten. → Social Return invullen
Veelgemaakte fouten
- Rekenen met de verkeerde opdrachtwaarde: Uitgaan van de inschrijfwaarde terwijl de opdrachtgever de totale contractwaarde inclusief verlengingen bedoelt.
- Verplichting en gerealiseerde waarde verwarren: Een verplichting van € 25.000 is geen garantie dat je activiteiten ook € 25.000 waard zijn: dat moet je apart aantonen.
- Subsidies niet verrekenen: Als verrekening verplicht is, mag een ontvangen subsidie niet nogmaals worden opgevoerd.
- Pas na gunning beginnen met rekenen: Dan is er vaak te weinig tijd meer om kandidaten, leerwerktrajecten of sociale leveranciers te vinden die passen bij de uitkomst van de berekening.
- Geen bewijs verzamelen: Een activiteit kan maatschappelijk waardevol zijn, maar telt vaak pas mee als de opdrachtgever het kan controleren.
Wil je zeker weten dat je de juiste grondslag en waardering gebruikt voordat je inschrijft? Laat je berekening checken. → 0-meting
Veelgestelde vragen
Mag ik de kosten van Social Return opnemen in mijn inschrijfprijs?
Niet als aparte post, tenzij de opdrachtgever daar expliciet om vraagt. De verplichting is doorgaans onderdeel van de uitvoering van de opdracht; de kosten ervan verwerk je dus in je reguliere prijsopbouw. Kijk in de aanbestedingsstukken of er een voorschrift is over hoe je dit in je inschrijving opneemt.
Wat moet ik doen als mijn berekende invulwaarde onder de verplichting blijft?
Dat hangt af van hoeveel tijd er in de contractperiode nog rest en welke aanvullende invulvormen de opdrachtgever accepteert. → Social Return invullen
Ik heb de berekening gemaakt, maar weet niet zeker of ik de juiste grondslag gebruik. Wat nu?
Laat je berekening tegen het licht houden voordat er discussie ontstaat met de opdrachtgever. → 0-meting